Jongetjes met puistjes moet je niet begrenzen.

Ooit ben ik me gaan afvragen waarom je met een auto alleen bekeurd wordt als je te hard rijdt, maar je met een brommer ook het risico op een boete loopt – haha – als je vervoermiddel te hard kán. Dat is vreemd. Curieus durf ik zelfs te stellen. Is het om zestienjarige jongetjes met puistjes te behoeden voor nog meer levensleed? Iedereen weet dat zulke jongetjes moeilijk kunnen omgaan met snelheid. Het valt ook niet mee als de adolescentie door je lijf jakkert, maar dat rechtvaardigt nog niets.

Neem de fiets. Die kan harder dan een brommer. Ja, serieus. Ooit reed ik 85 km/h door de polder met m’n racefiets. Zonder vals te spelen achter een bestelbusje is 70 km/h ook haalbaar. Windkracht vijf, dijkje af. Trappen, trappen, trappen als een malloot en bij het uitrollen op je fietscomputertje kijken en begrijpen waarom je die brommer inhaalde. Dezelfde brommer die een bocht verder op de rollerbank wordt gezet en zelfs z’n zorgvuldig opgebouwde zelfbeeld op het spel zet om te ontkomen aan de onvermijdelijke afstraffing met de verklaring: “die fietser haalde me net in man.”

Toch zal nooit iemand fietsen gaan begrenzen, zoals je auto’s ook met rust laat. Is het dan echt zo logisch om dat bij brommers wel te doen? Als ik een brommer had gehad, was ik in actie gekomen. Echt. Maar die heb ik niet en had ik niet. Omdat een brommerjeugdtrauma mij daarvoor heeft behoed. Ik was de onbegrensde snelheid op m’n tiende niet de baas. Dus zat mijn kinderhuid op de straat geplakt. Dat heeft me ruim voor m’n zestiende een begrenzing opgeleverd die me tot op de dag van vandaag beschermt. Zo zie je, jongetjes met puistjes moet je niet begrenzen. Die begrenzen zichzelf, vanzelf.

Deel met:

Reageer: