De wc is pas vies.

De wc is pas viesEven onderbreek ik mijn werk. Na twee koffie is het tijd. Ik sta op, loop door het deurgat de gang op en steek over naar de wc. Ik doe het licht aan en trek de linker deur achter me dicht. Broek van de knoop. Het is niet veel. Alsof ik mezelf terugspoel, herhaal ik de stappen in omgekeerde volgorde. Oh wacht, mijn handen wassen.

Mijn probleem met wc’s is dat ik ze niet vies vind. Dus vergeet ik soms bijna mijn handen te wassen. Soms. Bijna. Want “de wc is pas vies”. Maar is het ook vreemd dat ik het vergeet? Nee. Het is een soort van overtuiging. Een geloof. Al kun je het af en toe zien, bacteriën leven vooral in je hoofd. En sop reinigt je daarvan.

Want voor je je achterwerk op de bril laat zakken, heb je meer vuil om het lijf dan je lief is. De werkelijke viespeuk pak je in de handen, terwijl je er niet over peinst met dezelfde overtuiging de relatief schone bril te vatten. Het ettertje dat je als het ware door de stront trekt: de deurklink. Sop reinigt je daar dus van, maar alleen als je de echte wolf in schaapskleren van de wc weet te ontmaskeren: de kraan.

Even onderbreek ik mijn werk. Na twee thee is het weer tijd. Ik sta op, loop door de deur de gang op en steek over naar de wc. Het licht is al aan. Zodra ik links kies, gaat die deur open. Mijn ogen gaan naar rechts. Bezet. Ik dijns terug, knik naar mijn collega en trek links snel dicht.

Met papier veeg ik mijn handen af. Met een tweede strookje til ik de bril op. Hij was hier ook. Zijn broek van zijn knoop. Ik zie het voor me. Ik zag hem. Opeens leeft elke bacterie die ik niet zie. Het idee. Alsof ik met mijn handen… Ja, de wc is pas echt vies als je weet wie er voor je is geweest.

Deel met:

Reageer: